Kritische vragen bij het Optima-dossier


donderdag, 6 oktober, 2016
Kritische vragen bij het Optima-dossier

Eind 2015 besloot het gemeentebestuur van Wijnegem om 3,1 miljoen euro op een termijnrekening te zetten bij Optimabank. Dit jaar werd de bank echter failliet verklaard, waardoor de kans dat Wijnegem de gelden zal terugkrijgen, uiterst klein wordt. CD&V Wijnegem heeft toch een aantal kritische bedenkingen bij enerzijds de beslissing om de gelden te beleggen en anderzijds de verdere afhandeling van deze zaak.

Voor de bouw van het nieuwe woonzorgcentrum in de Koolsveldlaan kreeg Wijnegem subsidies van Vlaanderen. In 2015 koos de gemeente ervoor om het resterende bedrag van 3,9 miljoen euro in één keer te ontvangen. Het geld vanuit Vlaanderen was bedoeld om de schulden die werden aangegaan voor de bouw van Rustenborg af te betalen. Een vervroegde afbetaling zou echter aanzienlijke kosten met zich meebrengen. Daarom werd beslist om het grootste deel van het geld op een termijnrekening vast te zetten.

Het is echter moeilijk te begrijpen dat zulk groot bedrag door het gemeentebestuur werd ondergebracht bij één bank, in plaats van gespreid over verschillende banken. De financiële crisis is niet nieuw en heeft, als het op financiën aankomt, iedereen voorzichtiger gemaakt. Deze voorzichtigheid speelde volgens ons veel te weinig mee in de beslissing om met ongeveer één derde van de Wijnegemse spaartegoeden te gokken op één paard.

Een paard met toen al een bedenkelijke reputatie, dat bovendien uiterst agressief te werk ging. Immers, om op het aanbod van Optima te kunnen intekenen, moest Wijnegem binnen bepaalde tijd met een minimumbedrag over de brug komen. Het was toen echter niet duidelijk wanneer Vlaanderen het geld aan onze gemeente zou storten. Het gemeentebestuur ging daarom zelfs een overbruggingskrediet aan bij Belfius, om zodoende toch op het aanbod van Optima in te kunnen gaan. Dit getuigt volgens ons niet van het ‘goede huisvader’-principe, wat men nochtans toch mag verwachten van een gemeentebestuur.

Tijdens de gemeenteraad van 19 september ll. stelde onze fractie de vraag naar de aantrekkelijkheid van het aanbod van Optima: waren andere offertes dan zoveel minder interessant? Schepen van Financiën Leen Wouters (N-VA) antwoordde dat “het allemaal niet zo ver uit mekaar lag”. Wederom stellen wij ons dan de vraag waarom zo’n groot bedrag moest ondergebracht worden bij slechts één, wankele bank.

Het gemeentebestuur duidt de toezichthouder, de Nationale Bank van België, als grote schuldige aan. Zij had volgens het gemeentebestuur immers de gemeente moeten waarschuwen. Het is echter niet de eerste taak van de Nationale Bank om beleggers van missers te behoeden, wel om de financiële markt in zijn geheel gezond te houden. In 2015 was de toezichthouder reeds ver gevorderd in het geleidelijk terugdringen van de activiteiten van Optimabank. Dat een en ander niet aan de grote klok werd gehangen, heeft onder meer te maken met het vermijden van onrust op de beurzen en paniekreacties bij spaarders en beleggers. Dat kan immers verstrekkende gevolgen hebben op de ganse economie. Daarenboven kan de Nationale Bank niet zomaar inbreken in een contract tussen een belegger en een bank. Het debat rond de rol van de toezichthouder zal verder gevoerd worden in de parlementaire onderzoekscommissie die op 21 september ll. van start ging in De Kamer.

Het stoot ons tegen de borst dat de gemeente dit voorval lijkt af te doen als een fait divers. Zeggen dat dit de dienstverlening van de gemeente niet zal aantasten, is de mensen een rad voor de ogen draaien. De schulden moeten immers nog altijd worden afbetaald. Nu er daarvoor wellicht geen subsidies meer zijn, worden de toekomstige Wijnegemse generaties extra belast.  

Bovendien beknibbelt het gemeentebestuur intussen op allerlei zaken: de prijzen van het zwembad zijn gestegen, het gebruik van lokalen in ’t Gasthuis is niet meer gratis… Tegelijkertijd worden er uitgaven gepland waarvan het nut ons nog steeds niet duidelijk is. Denk aan de aankoop van de gronden van De Leeuw en de geplande veranderingswerken in ’t Gasthuis. Een snelle berekening leert ons dat het Optimadebacle elke Wijnegemnaar 350 euro dreigt te kosten. Of nog, met een bedrag van 3,2 miljoen euro hadden we het zwembad tien jaar langer kunnen openhouden.

CD&V vindt dan ook dat het gemeentebestuur al te makkelijk de verantwoordelijkheid van zich af probeert te schuiven. De hoofdschuldige in het hele verhaal blijft uiteraard Optima zelf. Desalniettemin roepen sommige beslissingen van het gemeentebestuur, zoals hierboven aangehaald, ernstige vragen op. Het doel van het gemeentebestuur mag niet zijn om op zoek te gaan naar de grootste winsten, wel om het geld van de belastingbetaler te beheren als goede huisvader. Een principe dat in deze zaak zeker met de voeten is getreden. Tenslotte vinden wij het onbegrijpelijk en niet correct dat in de communicatie van de gemeente naar de burger toe geen enkele politieke verantwoordelijkheid wordt opgenomen.